Begin bij de voorwerpen
Op een balkon kunnen klapstoelen, plantenbakken, een losse opbergkist en een vaste balustrade aanwezig zijn. Zet die niet samen onder één inventarisregel balkon. Maak onderscheid tussen de spullen die je gebruikt en de onderdelen van het gebouw. In een huurwoning of appartement kan de verantwoordelijkheid voor vaste onderdelen bovendien bij een andere partij liggen.
a.s.r. noemt balkon en dakterras expliciet bij de locaties voor inboedel in zijn productinformatie. Zo'n vermelding is een vertrekpunt, geen toezegging voor iedere schade aan alles wat buiten staat. Controleer ook de voorwaarden voor de betreffende zaak en oorzaak. Een balkonlocatie en een gedekte gebeurtenis zijn afzonderlijke onderdelen van de beoordeling.
Buiten is niet hetzelfde als de woonkamer
Vraag met concrete voorbeelden naar de dingen die je daar werkelijk bewaart. Tuinstoelen die buiten zijn bedoeld roepen een andere vraag op dan een laptop die tijdens een warme avond op tafel blijft liggen. Hetzelfde balkon maakt de gebruikssituatie niet identiek. Noem bij kostbare apparatuur de exacte categorie en laat die niet verdwijnen onder tuinmeubelen.
Kijk ook naar de overgang tussen buiten en binnen. Kussens kunnen 's winters in een berging liggen en 's zomers op het balkon. Noteer die gebruikelijke wissel wanneer je een inventaris maakt. Een regel over een andere opslagplaats of een bijgebouw kan dan relevanter zijn dan de balkonregel.
Gebouw, buren en eigen spullen uit elkaar houden
Bij schade kunnen meerdere onderdelen betrokken zijn: je stoel, het balkonhek en een voorwerp op een lager balkon. Beschrijf afzonderlijk wat beschadigd is en van wie het is, zonder alvast aansprakelijkheid toe te wijzen. Een melding over eigen spullen is niet automatisch een melding voor schade van een buur.
Bewaar zo mogelijk foto's van de oorspronkelijke opstelling en van de zichtbare schade, zonder daarvoor een onveilige plek te betreden. Vraag bij een onduidelijk vast onderdeel de verhuurder of beheerder welke documentatie beschikbaar is. Zo blijft de eerste inventaris feitelijk: object, plaats en eigenaar, gevolgd door de verzekeringsvraag die daarbij hoort.



